Anonieme beller

Als voortgang van vorige week het leurbericht, ga ik toch wat dieper in op het fenomeen anonieme beller. Ik ken mensen die per definitie niet opnemen bij een anonieme beller. Pfoe hè zou ik toch mijn vriendin’s belletje missen als ik dat niet zou doen. En dat zou toch jammer zijn.

anonieme beller, oude telefoonVroeger, ja vroeger, was alles anoniem en had je geen idee wie jou belde. Die mooie zwarte bakelieten, zware, pronte telefoons met draaischijf, vaak hangend in de hal, die zo’n leuk geluid gaven bij het draaien. Er waren zelfs mensen die aan de lengte van het draaien hoorden, welk cijfer werd ingegeven.

Niks nummerherkenning met, indien in je adressenlijst, zelfs de naam van diegene. Een hele vooruitgang waarop je nog kunt kiezen aan te nemen of niet. En terug kunt bellen wanneer het jou wel schikt. Benieuwd of er mensen zijn die aan de verschillende toontjes van de cijfers aan cijferherkenning doen.

Anonieme bellers, daar hadden we het over. Net als vroeger. Als ik toch geen anonieme beller zou opnemen, had ik toch onlangs een heel mooi belangrijk telefoontje gemist. De gemeente met het blijde bericht dat na intens gekrakeel en tientallen telefoontjes en ingediende stukken, na vele vergaderingen en mails, onze nieuwe speeltoestellen op het plein haar of zijn doorgang vindt. Tada!

De neutraal opgenomen verrassing van een anonieme beller. Ook dat is een mogelijkheid. En wel meer dan welkom voor de jongste generatie hiero. Hoewel de anticlimax kwam met een andere anonieme beller, die zich netjes bekend maakte overigens, en de boel weer op losse schroeven zette. Met de belofte dat er een oplossing komt. Anonieme bellers: altijd wat.

Leurbericht

Vorige week belde een anonieme beller. Ik weet dan nooit wat ik moet verwachten dus meld me met mijn officiële naam. De ene keer goed bericht, de andere keer een leurbericht of een vriendin die ook behept is met dit fenomeen. Altijd welkom.

Leurbericht, goede doel, bellersDitmaal was het een leurbericht. Een van mijn goede doelen aan de lijn. Althans een vriendelijke man van dit goede doel. Zal wel gewoon van een ingehuurd callcentre zijn. Hij vroeg netjes of ik een paar minuten tijd had. Ja hoor prima. Hij stak van wal. Hoe fijn het was dat ik ze steunde. En had als vraag waarom ik hen steunde. Ik hield me op de vlakte. Of ik hun magazine las? Nou nee eigenlijk niet. Hij kwam ter zake: of het goede doel voortaan maandelijks € 8 mocht innen in plaats van per kwartaal een bedragje.

“Per kwartaal” schrok ik hoorbaar. “Ik dacht dat ik jaarlijks een bedragje doneerde”.  Dit was een wending die de goede leurder niet had verwacht en ik hoorde hem stotteren aan de telefoon. Hij sputterde nog wat tegen, maar niet echt overtuigend meer. Hij probeerde het nog met een complimentje dat ik zo eerlijk was toe te geven dat ik hun magazine niet las. Maar dat ik toch al jarenlang trouw doneerde. Oftewel automatisch liet afschrijven. Ik hield vol hardop te denken dat ik jaarlijks doneerde.

De leurder met het leurbericht leek het te begrijpen en deed nog één dappere poging: “mogen wij u volgende week nog eens bellen, als u uw bankafschriften heeft nagekeken?” Om er vanaf te zijn en ook om het nu precies na te kijken, zei ik: “Ja hoor”.

“Mag ik u wijzen op het wettelijke Bel-me-niet register?” “Nou liever niet, daar sta ik al in”. “U bent donateur dus mogen we u wel bellen”. “Wat is dan de zin van me hierop wijzen”? Ferm drukte ik op de rode telefoonknop bij het begin van het bandje, nadat leurder me nog bedankte voor mijn tijd. Ik voor de zijne.

De bankafschriften bleken een kwartaaldonatie, het is meer dan genoeg.

Oef binnenkort mag ik leurder zijn met leurbericht voor herinneringen van contributies van een ander goed doel. Hopen dat mij dat beter afgaat en niet dat ik dit soort contribuanten tref…

Natuur

Gelukkig is de natuur overal, ondanks verstedelijking. Maar je moet er soms wel met een loep naar zoeken. Oftewel een flink stuk voor op pad gaan. Zelf zijn eega en ik in het bezit van een flink doorgegroeide postzegeltuin, waar ad hoc opeens moet worden gesnoeid als het tuinpad dreigt te worden overwoekerd. En zo wil ik het ook graag. Goed voor de vogels en de insectjes.

Natuur, dorstige plant, nestjes vogels, relaxTegenwoordig is het trendy zoveel en mooi mogelijke tegels in je tuin te hebben. Maar helaas kunnen vogels daarin geen nestjes bouwen. En insecten niet lekker in rommelen. Een tij dat niet te keren lijkt. Een heel jammerlijk tij. Voor de relaxstand en de broodnodige ontspanning ook van de mens is natuur onontbeerlijk. Ik heb er wat mee.

En ben je niet in het fortuinlijke bezit van een tuin dan kan een kamerplant je ook veel plezier schenken. Onlangs schreef ik nog over mijn Rijkdomsplant: *Klik* Nou die is bijna alweer op oude sterkte, kan ik melden. Ongelooflijk snel.

Voor mij zijn planten, bomen, struiken en bloemen dé levende bewijzen van de oerkracht in de wereld. Zoals je ook als mens naar het licht dient te reiken. Waar ik vrolijk van kan worden, lichtpuntjes in donkere tijden. Schoonheid raakt me diep. Zo heb ik eens in duistere tijden, prinses Irene indachtig, een mooie boom omarmd. En ja de relaxstand trok gelijk naar binnen. Wonderlijk.

Zonder op de zweeftoer te willen gaan kan ik van natuur genieten. Heb ik er wat mee. Die positiviteit. Palief heeft me die liefde geleerd. En al had ik geen geheugen voor alle namen van de plantjes die hij noemde, zijn blijdschap erover heb ik wel overgenomen.

Malief had groene vingers. Zij zag aan een plant wanneer die water nodig had. Niks eenmalig per week een ronde zoals ik. Op gevoel en soms wel met drie weken ertussen wist zij wat die plant net op dat moment nodig had. En daar gaf de plant al zijn groeikracht voor terug. Haar planten tierden welig, zo welig dat het alle bezoekers opviel. Ik zie het ook als een plant dorstig is.

Natuur je moet er wel van houden.

Wapenfeit

Vergeet ik toch helemaal een mooi wapenfeit te melden: een maand of twee geleden kreeg ik uit het niets een hele korte mail dat een blog van mij was uitgekozen tot Blog van de Week! Deze mail was zo ultrakort dat daar wel een erg gehaaste redacteur achter moest zitten.

Blog van de Week, wapenfeit, lekkere schrijftipsEn al twijfelde ik aan de echtheid en waarheid van de mail: met wat heen en weer schrijven bleek ik mijn blog van vorig jaar met schrijftips aan Schrijvenonline te hebben aangeboden. Mijn grijze hersencellen hadden dat helaas niet opgeslagen. Maar langzaam ging het me dagen, dat dit toch echt waar was.

Een verhaal van mij in het boek ‘25 Obsessies’ en nu alweer extra reuring? Het kon niet op. Het bleek te gaan om ‘Geen vies advies’ met tien schrijftips voor de beginnende blogger. En ja donderdag 16 juni kwam dit wapenfeit bij ze online. Met als extra op dinsdag 21 juni nog in hun Nieuwsbrief. De statistieken vlogen omhoog.

Echt helemaal netjes ging het wapenfeit niet. Het was dat ik al rondom die tijd – toeval bestaat niet – een blog had gelezen hoe groot de tijdsdruk is van webredacteuren en hoe snel ze moeten werken, dat ik maar niet al te moeilijk heb gedaan. De subtiele nuance van mijn vergelijking van schrijven met eten, kwam niet echt door. De redacteur had van ‘Geen vies advies’ gemaakt: ‘Niet vies van advies’.

Ook bleek nog dat, zonder mij ervan in kennis te hebben gesteld, er geredigeerd was. Inclusief een typefoutje. Dat mij zwaar werd aangerekend door het lezerspubliek. De vergelijking van zuur had ik dus, voedsel en eten indachtig, snel gemaakt. Dat kwam in mijn online reactie. Ook zal ik eens een lesje komma’s plaatsen moeten nemen. Mmm komt goed. Gelukkig kwamen er excuses en verbetering.

Daarna kwam er een leuke reactie binnen. Een beginnende blogger, uiteindelijk de doelgroep, die het  behapbare en lekkere adviezen vond. Die er wat mee kon. *Klik* om met eigen ogen je schrijfdiner te zien. De schrijftips die je hopelijk gaan inspireren. Zo is dit wapenfeit van Blog van de Week mogelijk ook smakelijk voor jou!

Lelijk

Laatst zat ik weer eens in de wachtkamer van de huisarts tegenover een mooie buitenlandse vrouw. Haar prachtige schoenen: ballerina’s met sleehak, zachtbeige, maar dan net de kleur die ik mooi vind, vielen me op. Alsof ze aanvoelde dat ik bijna op het punt stond haar daar een complimentje over te geven, begon ze te praten.

Wachtkamergesprekje, lelijk, mooi, ballerina'sZe was hier vanwege een hersenschudding waar ze al dagen last van had – ach ja we zaten er toch voor klachten, dus dat kan wel – en ze had de hele nacht daardoor niet kunnen slapen. Moeilijk voor te stellen omdat ik een fris ogende vrouw zag. Perfect in de make-up en met lange golvende zwarte haren. Tip top gekleed volgens de laatste mode. Ik schatte haar eind dertig. Op de cover van een Magazine zou ze het goed doen. Bijna op de automatische piloot wilde ik haar het advies geven om overdag dan wat rust te nemen.

Ook hierin was ze me voor. “Tja moeder hè met kleine kinderen, geen tijd voor mezelf. Geen tijd voor rust, geen tijd voor stilte”. Ik had met haar te doen. Ik vatte moed en complimenteerde haar met haar schoenen. Bij zoveel narigheid kan dat weleens goed werken. Ze keek trots en blij.

We vergeleken elkaars schoenen. Die van mij waren mijn zwarte ballerina’s met een ieniminihakje. Ik maakte gewag van mijn enkelbreuk van jaren geleden en dat ik zo graag ook zulke mooie sleehakken zou willen kunnen en durven dragen. Maar helaas. Zij meldde dat ze al zo klein is en graag groter wilde zijn. Een echt grappig vrouwengesprek zomaar om de wachttijd te doden en nog plezier aan te hebben ook.

“Mijn man heeft liever dat ik lelijk ben. Maar ik maak me graag mooi”. Zei ze dat echt? Wat bedoelde ze daarmee? De huisarts riep haar binnen. Ik zal het nooit weten.