Collecteren

Afgelopen week – tot gisteren – was het de collecteweek van de NSGK, oftewel voluit: Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind. Een mondvol, maar werd in begeleidend schrijven aangeraden voluit te roeptoeteren aan de deuren. “Om verwarring te voorkomen”. Zouden ze bang zijn dat ze als NVSH worden gezien? Stiekem glimlach ik om deze gedachte.

collecteren, NSGK, we doen ons bestEn ja ik had me enkele weken daarvoor laten strikken door een aardige, langharige meneer, die enigszins wanhopig aan mijn deur kwam leuren om collectanten. Ik hapte. Met de gedachte: kan ik gelijk mijn avondwandelingetje doen.

Maar eenmaal in de juiste week beland (16 – 21 november) om de daad bij het woord te voegen, bleek het wel erg vroeg donker. Tuurlijk had ik kunnen weten na half november, maar had me dit niet echt gerealiseerd. De dagen gingen collectevrij voorbij; of ik had het te druk rond die tijd, of de regen kwam met bakken uit de lucht.

Woensdag ging rond etenstijd de bel. Stomverbaasd aanhoor ik een jonge dame met Diabetesfondsjas en tablet. Na – niet toegankelijk – haar hele verhaal te hebben aanhoord, weiger ik het geboden donateurschap van écht € 7,50 per maand. Da’s andere koek dan een muntje of briefje in een collectebus laten glijden.

Verontwaardigd dat ze het gras voor mijn voeten wegmaaide – er is in dit kikkerlandje afgesproken om één collecte per week te laten plaatsvinden- belde ik de overkoepelende organisatie Collecteplan. En ja, toevallig stond dit ongewenste werven van donateurs, buiten de eigen week, al op de agenda van het bestuur  j.l. vrijdag. Mijn verhaal zou worden meegenomen, met dank.

Met extra zwaar lood in mijn schoenen ging ik dus toch maar vrijdag op pad. Uur U. Na ontwijkend gedrag, want eerst nog even dit en dan nog even dat, belde ik bij buuf aan. Gelukkig ze was spraakzaam en liet muntjes rinkelen. Een eerste regendruppel kondigde zich aan, maar zolang het niet doorzette ging ik door.

Halverwege nog thuis op de bank gezakt. Even eigen moment, even pauze. Maar inmiddels zat ik al zo lekker in mijn verhaal en kreeg ik zoveel leuke response dat ik ging bruisen. De tweede helft dapper afgemaakt, want zaterdag werd weer meer regen verwacht.

Ik haalde mijn schouders op over de enkeling die niets wilde geven. Maar de man die rolgordijntje van zijn zijraam omhoog rolde, vitrage opzij schoof en bewasemde ruit schoonpoetste, en toch niet aan de deur kwam, spande wel echt de kroon. Terwijl ik nog wel vriendelijk zwaaide.

Eega bleek zo laat nog een maaltijd warm te hebben. Waar ik hongerig op aanviel. Met frisse wangen en zware voeten. Verzuchtend – net als een van de gulle gevers – “we doen ons best”. Wij blazen bellen. Mooie bellen. Voor het gehandicapte kind harde munt. We denken maar even niet aan graaiende directeuren.