Leeg!

Vorige week verhaalde ik van mijn burn outs. Ik bleek een recidivist die steeds opnieuw in dezelfde valkuil trapte: teveel hooi op mijn vork. Als je zo in elkaar zit en zo bent opgevoed, leer je dat niet zo maar af. Emotioneel leren gaat niet zomaar. En zoals een lievelingsstelling van mij is: een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen. Maar met emotioneel leren stoot je je tig keer aan dezelfde steen voor je de les hebt geleerd. En zo verging het mij ook.

Na de burn out voelde ik me leeg. En geen akeliger gevoel dan leegte. Dat kon weken en maanden aanhouden. Zo fnuikend. En zo: ja… leeg! Wat kun je als mens je dagelijkse portie wisselende gevoelens missen. Na de heftige gevoelens van de burn out was alle gevoel als het ware op. De kleinste blijdschap was er niet, maar ook niet het kleinste verdriet. Leeg: je wenst het je ergste vijand niet toe. Geen hoop, geen teleurstelling, maar het grote niets. En een dag niet om door te komen. Zo lang en: leeg…

Ik maakte me er ernstige zorgen om en was bang dat het nooit meer goed kon komen. Tot een coach me zei: dit lege is als de winter waarin er onzichtbaar weer van alles wordt voorbereid. Je ziet de kale takken, de bomen zonder bladeren. Maar daarbinnen is het stil om de voorbereiding van de lente te gaan vieren. De supertrage sappen staan niet stil. Maar je voelt ze niet en ziet ze niet. Toch als je heel goed kijkt naar een boom, struik of plant zie je ook in de winter de belofte van knoppen. Goed ingepakt dat wel.

Bij een eerste lentezonnetje barsten de knoppen uit. En zo vergaat het met een leeg gevoel. Al dien je een lange adem te hebben. Op een dag komt er weer een eerste gevoel om de hoek kijken. En is het eerste herstel ingezet. En kun je met voorzichtigheid: rust, regelmaat en reinheid, weer gaan deelnemen aan het avontuur dat leven heet!

Stoomventieltje

Een titel die niet erg kerstachtig is: stoomventieltje. Maar behalve vrede op aarde is het erg belangrijk een ventieltje te hebben. Om stoom af te blazen. De stoom kwam uit mijn oren, hoor je weleens verhalen. Maar of je oren een ventieltje kunnen zijn?

Ongebreideld stoom afblazen is ook niet aanbevelingswaardig. Uiteindelijk kunnen daar doden bij vallen, zoals onlangs tijdens een amateurwedstrijd zo schokkend werd bewezen. En terecht stond het land op zijn kop. En komen er andere en strengere regels voor voetbal.

Maar hoe dan wel? Van de fysieke agressie ben ik niet. Hoe kan ik mijn verhit gemoed, lucht geven? Niet dat op dit moment mijn gemoed zo verhit is. Maar we zijn er even over aan het filosoferen. Ingeslikte boosheid kan imploderen en zorgen voor urenlang piekeren en/of somberte. Opruimen en tot de kern van de boosheid komen, is nog niet zo makkelijk. Ik ben een ster geweest in piekeren, maar betrap me er hoogstens nog op, als ik te vroeg wakker, in de huiskamer aan de kamillethee ga. Mijn ultieme rustigmaker. Vervelend een onderbroken nacht, maar ook tijd om bij mezelf te komen, zonder wat voor afleiding dan ook.

Er zijn heel veel manieren om stoom af te blazen: sport (de mijne heb ik nog niet gevonden), creativiteit in allerlei vormen, hard werken, ontspannende oefeningen of gedachten, schrijven, maar ook de confrontatie aangaan. Natuurlijk met woorden. En vaak is een enkele goed gemikte opmerking beter en effectiever, maar dan wel op het juiste moment. Het stoomventieltje even de vrije hand geven. Of gewoon even lekker boos worden. Maar ja of dat altijd lukt? Ik ga er even over denken, of wordt het piekeren?

Klaarkomprincipe

Ik hoorde zakenpartner van ega dit woord lang geleden voor het eerst gebruiken: het klaarkomprincipe. Hij doelde op een slordige, supersnelle boekhouder. De man was ook ernstig zenuwachtig, en (te) snel met boekhouden, maar netwerken kon hij als geen ander. Binnen halen van het werk was hij goed in. Afwerken van het geleverde: te snel en vol foutjes, of gewoon veel te laat.

Dit woord is me altijd bijgebleven. Ik vind het een mooi woord. En toepasbaar op heel veel mensen in hun gedrag. Zo had ik lang geleden een hartsvriendin die zei last te hebben van perfectionisme. Ik kreeg van haar een zelf gebreide trui. Leuk kadootje en ik was er blij mee. Na drie keer dragen vielen er al gaten in de naden. De afwerking had dus het klaarkomprincipe omhelst. Hoezo perfectionistisch? Niet op het gebied van afwerken van breisels.

Mijn moedertje zaliger zou zich doodergeren aan slecht afgewerkte naden. Ze was coupeuse geweest. Op de ambachtelijke, perfecte wijze die net na de oorlog in zwang was. En terecht. Ik heb wel wat van mijn moeder, want als je iets doet, doe je het goed. Tot aan haar overlijden, nu negen jaar geleden, vermaakte ze haar kleding. En mopperde over de huidige laksheid. De afwerking werd nauwkeurig over gedaan en naden van broeken werden, met haar dunne benen, ingenomen. Ikzelf zag de noodzaak niet altijd, want als een kledingstuk op is, gooi je het weg. De ene keer met meer nostalgische gevoelens, als de andere keer. Al ben ik niet goed in weggooien.

De huidige maatschappij is toch wel behoorlijk behept met het klaarkomprincipe. Vakmanschap telt niet meer erg mee. De liefde voor een vak. Sociale vaardigheden om je eruit te kunnen kletsen des te meer. Kwaliteit gaat ten onder aan kwantiteit. De huidige managerscultuur is hiervan het bewijs. De manager hoeft geen kennis te hebben van een vak, of voeling te hebben met de werkvloer. In de zorg en het onderwijs is dit het meest voelbaar. Veel vakmanschap gaat daarmee verloren. Ook door de fusies van de bedrijven met grootheidswaanzin. De huidige werkende generaties raken steeds meer behept met het klaarkomprincipe. En de kinderen?

Excuses

Spijt, sorry, excuses. Met een trotse moeder die dit niet kon tonen, is het me niet met de paplepel ingegeven. En toch doet het zo goed. Neem nu de misbruikte kinderen van jaren her. De daders een schandvlek van de natie. Goed dat die kinderen er nu wel over mogen praten. Hoe zitten die, nu volwassen, te smachten naar excuses van de minister! Niet meer niet minder. En nee daarvoor is ook zij te trots. Te trots of met het misplaatste idee dat het dan geld gaat kosten. Zo belangrijk kan een woordje zijn.

In de loop der jaren heb ik aan den lijve ontdekt hoezeer excuses goed kunnen doen. Niemand is toch bij machte de volledige waarheid te zien? Ieder moet het toch doen met zijn of haar karakter? Met uiteraard de opvoeding en levenservaring die scherpe kantjes kunnen bijslijpen? Het doet goed in mijn zelfvertrouwen, en aan de wijze waarop ik denk. In mijn ziel en hart.

Uiteraard dien je dan ook spijt te voelen, als je excuses maakt. Maar je hoeft niet door de knieën. Een simpel woordje: “excuses” oprecht uitgesproken, is voldoende.

Ooit heeft ega excuses geëist van mijn moeder. Het was terecht dat zij dit zou geven. Al weet ik het niet meer precies waarom. Zij kon het niet. Na veel protest kwam er een boos uitgesproken excuus uit. Kijk dat werkt niet. Geen idee waarom ze het zo moeilijk vond. Uiteindelijk kwam er een neutraler excuses uit. Daarna zijn we er nooit meer op terug gekomen. Het was van de baan. Zo goed dat ik de oorzaak niet eens meer goed weet.

Eenmaal doordrongen van het feit dat ik ook weleens gelijk kon hebben en excuses kreeg, begon ik voorzichtig met excuses maken. Niet te snel en wel doordacht. Aan slappe excuses hebben we niets. Het woord dient wel betekenis te hebben en houden. Het doet recht aan de band die je met elkaar hebt en verdere uitleg is overbodig. Gelijkwaardigheid en zacht tonen dat je ongelijk hebt gehad. Dat je de ander, misschien zelfs per ongeluk, hebt gekwetst. Helend. 

Hoe simpel is het woordje sorry?

Perfectie?

Veel mensen streven naar perfectie in hun leven. Ikzelf ook. Maar ik heb geleerd de lat lager te leggen. Door hem heel hoog te leggen, liep ik mezelf en mijn kunnen volledig voorbij. En een lat kun je niet ter hoogte van de hemel leggen toch?

Goed en goed genoeg geven een bevredigend en tevreden gevoel. Met een geweten dat erg hoog was afgesteld, was het in mijn ogen nooit goed genoeg. Genieten en uitrusten eigenlijk zelden aan de orde. En wanneer is perfect, perfect? In je eigen ogen? In die van anderen? Je kunt niet aardig worden gevonden door iedereen. En het leven is nou eenmaal soms met conflicten, strijd, teleurstelling en verkeerd begrepen worden.  

Reflecteren en jezelf niet op je kop geven. Vriendjes worden met jezelf. Zo makkelijk is dat nog niet in het oneindige streven naar perfectie, die de buitenwacht van je verwacht. Of verwacht je het van jezelf? En al uitrustend van je werk, dien je er weer kwaliteitstijd van te maken in je privéleven. Een woord waar ik een bloedhekel aan heb. Zo modieus, zo verkeerd begrepen. En heel persoonlijk voor ieder ander. Een vroegere kennis noemde het kwaliteitstijd toen we haar vakantiekiekjes hadden bekeken. Natuurlijk was het aardig een beetje te kunnen meeleven met haar vakantieperikelen. Maar kwaliteitstijd? Weg dus met dat woord.

Van streven naar perfectie naar goed genoeg functioneren, is een hele omslag in mijn denken geweest. En accepterend naar mezelf. En accepterend naar anderen. Het lukt niet zonder slag of stoot. Je valkuilen, en inderdaad noem ik perfectie een valkuil, leer je niet zomaar af. Steeds opnieuw diende de spiegel: “was het goed genoeg?” bij me opgehouden te worden.

Veel situaties in het leven en je gedrag daarop kun je een zes geven. Goed genoeg? Ok ik streef naar een zeven… Toch wel.