Prijzen

De hemel in prijzen helpt een slachtoffer niet. Slachtoffer ja, want ben je die persoon, die de hemel in geprezen wordt, krijg je al gauw zoiets van: wat moet je van mij? Iets argwanends, iets afwerends. En de prijzer snapt er niets van. Heb je verder een goede band met de prijzer kan faalangst zelfs ontstaan.

prijzen, opvoeding, faalangst, regels regeringZo iemand kwam ik in zware tijden, lang geleden tegen. Nota bene een peut die beter had moeten weten. Maar ach zo gekwalificeerd was hij nou ook weer niet, maar dacht het wel te zijn. Hoe groter zijn complimenten, hoe meer ik me terugtrok. In mezelf. Hoe dikker mijn muurtje werd. Dus een muur. Helemaal onthutst stond hij voor me: ik prijs je de hemel in en jij reageert niet. Hij droop af.

Sinds de vrije opvoeding als een olievlek over het westerse denken ging drijven, en vergrootte – zoals olievlekken nou eenmaal doen – zitten scholen vol faalangstige kinderen. Gewend aan een prinsen- en prinsessenbestaan thuis, kunnen ze niet overweg met welke teleurstelling dan ook. En ontwikkelen faalangst.

Enthousiasme is leuk, spontaan en mooi maar het kan ook teveel zijn. De keerzijde dat er torenhoge verwachtingen zijn, die je dan ook nog maar moet waarmaken. En kun je het bijltje er maar bij voorbaat bij neergooien. Als kind. Met de stellige overtuiging dat het toch nooit gaat lukken. Verslaafd aan enthousiasme voor slechts een kleine of normale prestatie.

Prijzen, complimentjes, de wereld draait erop. Oprechte bewondering kan veel doen. Maar kritiek, het liefst op een opbouwende manier, kan een voortstuwende functie hebben. Daar kweek je doorzetters mee. Duidelijkheid en rust in regels. Regels die een functie hebben. Om bijvoorbeeld respect bij te brengen. Verantwoordelijkheidsgevoel. En grenzen in grenzeloos gedrag.

De tegenbeweging van de vrije opvoeding wordt langzamerhand merkbaar. Maar leggen we bij de regering. ‘Ze’ zouden regels op moeten stellen om suiker te verbieden. ‘Ze’ zouden regels moeten opstellen om pizza’s te verbieden. ‘Ze’ moeten staand achter een bureau werken propageren. De snackbars in achterstandswijken willen ‘ze’ verbieden. Zo maar wat geneuzel wat mij weleens ter ore komt. Gaan we nu onze verantwoordelijkheid in de handen van anderen leggen? Valt niet te prijzen in mijn ogen.