Kerstkind

LET OP: April 2020 geschreven [Nu in de huidige bloedhitte, verfrissende sneeuw…]

We schrijven halverwege de 60-er jaren. Als gezin waren we net een jaar of twee verhuisd van Amsterdam naar de Achterhoek. Een hele grote omslag en omwenteling in ons dagelijks leven. Van 1-hoog op een flat, met de drukte van beneden-, zij- en bovenburen, naar een benedenhuis met echte eigen tuin. Je mocht hier zomaar in- en uitlopen door de achterdeur tijdens het buitenspelen als kind. Dat was vrijheid. Ik denk dat ik 11 was zo ongeveer. Hadden de Beatles al hun intree in míjn leven gemaakt? Of was dat de zomer erop volgend?

Ik neem je mee naar een magisch moment: Het werd kerst. Als gezin gingen we naar de nachtmis. Spannend voor het tweede jaar naar de kerk met de kerst. Ma bleef achter met de baby in huis om de broodtafel voor na de kerkgang voor te bereiden. Want ja je moest nuchter naar de kerk. Dat viel niet mee. Ze zou weer mooie krullen maken in de echte roomboter en de tafel heel mooi versieren, met kaarsen, broodjes, beleg en kerstservetjes. Met heel uitzonderlijk voor ons: de gordijnen open om ons straks warm welkom te heten. Met prominent de kerststal en grote kleurrijke kerstboom.

Nachtmis

De nachtmis was niet helemaal te volgen als kind, maar de gedragen vrolijke sfeer heel bijzonder. De levensgrote kerststal met het net geboren kerstkindje ontroerend. De knielplankjes koud en hard ondanks het kussentje dat je hiervoor mocht gebruiken. En van de bank kreeg je ook houten billen. Ik deed altijd mijn best af te zien. Knielend rustte ik knokig alleen op mijn knieën met mijn voeten in de lucht. Maar de honger, oh nee trek, zei mijn vader altijd, eiste ook zijn tol. Jullie kinderen kennen geen honger. Hij had de oorlog meegemaakt als jongere. Iets waar hij regelmatig over vertelde aan tafel, na heftig doch tactisch aandringen.

Terug naar de nachtmis. Het was een lange anderhalf uur, waarin ik mijn best deed op mijn manier de Latijnse gezangen mee te zingen. Daar hield ik van. Die mooie woorden. Vanuit mijn gebedenboekje kon ik meezingen. Geen idee wat ze betekenden. Dat ze plechtig waren begreep en voelde ik wel. Uiteindelijk… klonk de laatste bel en konden we naar buiten. Pa groette velen en die verbondenheid hadden we zelden in Amsterdam meegemaakt. Hij was er op zijn gemak. In de oorlog had hij hier ook tijdelijk gewoond.

Kerstkind

Door de hoge kleurrijke glas-in-lood-boogramen was alleen de nacht te zien! Dat had ik al wel beschouwd. Langzaam liep de kerk leeg. Waar we de verrassing van de eeuw meemaakten: het had gesneeuwd! Dikke pakken. Hoe magisch, hoe bijzonder om met zijn allen als gezin door de wonderschone witte wereld te waden! Je eigen voetstappen vers als was alles nieuw. Krakende sneeuw in de kerstnacht! Met dikke vlokken waaiend uit de wolken. Dit moest wel een teken zijn dat we hier in de Achterhoek goed waren terecht gekomen! In deze kerstnacht voelde ik me een met de natuur. Een met alles en iedereen. Een met dit vredige dorpje. Altijd weer verlangend naar een witte kerst.

Óp naar het nachtmaal in de warme versierde huiskamer! Óp naar onze eigen jongste baby! Voor nu even ons eigen levende kerstkind.