Zonneblom

LET OP: de laatste tot nu toe van deze serie. Geschreven in Juli 2020

Zonneblommen

Hoera: eega heeft zonneblommen kunnen kweken uit zaadjes van 2018 van de Koninklijke Nederlandse Munt!

Dat zit zo: Met onze minimale doch noeste pogingen tot opruimwoede rond april van dit jaar – middenin de lockdown van de coronapandemie – vonden we zonnebloemzaadjes uit 2018.

Zonneblommen hebben bij ons een diepe, bijna religieuze en in ieder geval gedenkwaardige en dierbare betekenis gekregen. Nadat mijn moeder in 2003 in haar laatste dagen voor bij haar uitvaart koos voor deze bijzonder krachtige en vrolijk makende grote en uitbundige blommen, zijn ze in onze familie memorabel geworden. Ze vond ze zo prachtig maar kon ze vanwege hun geur niet in huis hebben. Na haar overlijden wel. Ze straalde helemaal na dit voorstel van zwager. Een grote gele zee van zonneblommen rondom haar kist. De kracht die haar een eervol en waardig afscheid gaf. Onze dierbaren hadden haar wens goed uitgevoerd.

Zaadjes

Terug naar nu: een mooi zakje zonneblomzaadjes. Maar zouden die nog tot wasdom komen? Zelf had ik er een hard hoofd in, maar eega zocht en vond een grote pot en aarde in de schuur en ging aan de slag. Ik had er weinig vertrouwen in. De zaadjes zouden vast al zijn uitgedroogd in die twee jaar in een donkere warme lade van ons antieke kastje opgesloten.

By the way had hij een mooie grote bruingouden binnenpot gekozen waarvan ik dacht dat ie geen lang mooi leven beschoren zou zijn in zon en regen. De kleurige buitenkant zou vast snel afbladderen. Maar dat terzijde.

De eerste tere kleine blaadjes loken alras. Echt waar! Eega keek ze uit de grond. Stokjes ter versteviging bleken niet nodig want zonneblommen blijken sterke groeiers… Ze groeiden zo hard dat de pot van de tuintafel – midden in het zicht vanaf de bank – naar de grond bij de schuur verhuisde. Iets verder weg maar nog altijd in het zicht.

Spinnekop

Op een dag leken er bij de grootste bovenaan geen blaadjes meer te groeien maar een groenachtige spinneknop. Zou het? Echt waar? En ja de sterkste en grootste knop ging van groen naar geel kleuren. Het eerste babyzonneblommetje kwam uit! Elke dag groter en sterker. Dit geeft energie, net als onze dicht- en hoogbegroeide groene tuin energie geeft.

Maar op een dag leek ie uitgedroogd. Fluks water geven. Hij trok weer bij. Maar het leek daarna wel een gezichtje met geloken wimpers. Wat bijzonder! Slechts één dag, maar wel op de gevoelige plaat gezet. De volgende dag was het al een volleerde zonneblom…

De mooie binnenpot is tot nu toe mooi gebleven. De andere blommen blijven ver achter in hoogte. En eentje was zelfs geknakt tijdens een storm. Maar ook die heeft nu een kleurblommetje gegeven. Is nu al groeiend tot een kleuterblom. We hebben niet veel vertrouwen in de andere, maar je weet maar nooit. Hiermee zijn onze verwachtingen al ver overtroffen… Een teken van boven?

Versoepelen

LET OP: geschreven juli 2020

In deze Coronatijd met nu net versoepelde maatregelen denken we met het woord ‘versoepelen’ gelijk aan deze maatregelen die versoepeld zijn. Ja klopt: deze versoepelingen geven lucht en ruimte. Maar ook valse hoop volgens mij. Want heel wat mensen botsen nu tegen elkaar aan en houden zich nog slecht aan de toch echt nog noodzakelijke 1,5 meter afstand.

Mijlpalen

Toch heb ik mezelf als risicomens nu ook wat mijlpalen toegestaan. Het is niet te harden om alleen maar thuis te zijn, met wel elke dag een hoogst noodzakelijk wandelingetje voor de broodnodige conditie-opbouw en zo soepel mogelijk lichaam. Zowat de enige afleiding.

De eerste maanden durfde ik niet eens buiten te komen, maar maakte ik mijn meters in onze kleine stadstuin.

De eerste mijlpaal bestond uit een kappersbezoekje. Zoals bijna voor iedereen. Al heb ik eerst wel de ervaringen afgewacht van de durfals die meteen gingen. De tweede, noodzakelijk ziekenhuisbezoek. Een echte vuurdoop. Zonder eega maar gewapend met mondkapje was dit best heel spannend. Als derde mijlpaal kwam mijn fysio bij ons thuis om samen buiten te lopen.

En de vierde beleefde ik pas onlangs bij een terrasbezoekje. Met mijn ogen van voren en van achteren niet echt ontspannend, maar wel even in een ouderwets ritme. Helaas werd diarree mijn deel, dus ik moest het echt weer bezuren. Mijn weerstand is nog altijd prut. Letterlijke en figuurlijke prut.

Gisteren pas heb ik – alweer gewapend met mondkapje – mijn eerste boodschapjes gedaan. De ansichtkaarten waren bijna op en aangezien ik daarmee mijn hele eigen stijl heb kon eega -mijn mantelzorger tegen wil en dank – dat niet voor mij doen. Dat lukte goed. Maar ik keek mijn ogen uit vanaf een afstandje op het winkelplein. Wat een mierenhoop in de supermarkt! Wat hebben veel mensen inmiddels lak aan de maatregelen, al zijn ze versoepeld.

Aanraken

En dan hebben eega en ik nog geluk dat we elkaar kunnen aanraken. Kunnen kussen en knuffelen. Een levensbehoefte! Met veel singles in onze vriendenkring zoveel onzichtbaar leed en wij nu echt een gelukje. Om over de ouderen in verpleeghuizen maar niet te spreken. Die eenzaamheid rijst de pan uit.

Maar als risicomens kan ik ervan meespreken dat het niet echt meevalt om alleen maar in je eigen bubbel te zitten. Ik krijg er een vervreemdend en geïsoleerd gevoel bij. Gefocust op de vierkante meter van ons huis. De pakjesbezorger als enig ander levende mens welkom te heten. Op afstand.

Versoepelen

Versoepelen, het blijft je eigen verantwoordelijkheid. Maar ook je eigen risico. Je weet nooit wie besmet is. En einde oefening voor mij. Ook automatisch terugdenkend aan de oorlogsverhalen van mijn Pa: hoe hield Anne Frank het vol zonder versoepeling op haar onderduikadres?

Plakkende ervaringen

LET OP: in juni 2020 geschreven!

Avonden lengen

Nu het bijna 21 juni en het begin van de zomer is, de avonden lengen sprongsgewijs voor mijn gevoel, heb ik behoefte aan lange zomeravonden buiten met een kaarsje en een drankje. De realiteit is dat ik al vroeg in bed lig te mijmeren. Noodzakelijk kwaad.

Maar waar komt die behoefte vandaan? Wat maakt dat ik net als met de kerstsneeuw dat altijd voor me zie? Dat zonder meer verwacht? In juni zijn de avonden, hoewel lang, zelden zo zwoel dat je lang buiten kunt zitten zonder vestje of zelfs een jas. Of überhaupt denkt aan buiten zitten doordat het fris is. Om niet te zeggen kil.

Na 21 juni begint de deceptie alweer van minder licht. Oef dat duurt nog wel even, maar we gaan dan weer richting duisternis en kerst. Het klopt niet voor mijn gevoel. De langste dag zou pas in augustus plaats moeten vinden. Dan kan het hoogzomer zijn!

Avondzon

Mijn innerlijke klok loopt altijd achter bij de ervaringen. Ik sta versteld dat het nu na 22 uur nog flink licht is en soms de zon nog aan de horizon schijnt. Weliswaar een avondzon, maar toch…

Ergens in mijn jongvolwassenheid zijn er volgens mij wel dat soort ideale lange zomeravonden geweest. Buiten in ons dorpje met het hele gezin in de tuin eten en dan gelijk de hele avond lang blijven zitten. Koelte zoekend in een voetenteiltje met zout water, om de zee na te bootsen in mijn plakkende kleren. En ja eer mijn moeder toegaf aan ons kinderen dat we buiten wilden eten moest het wel extreem warm zijn.

Later zelf teruggekeerd in het Amsterdamse drie hoog achter, liep ik in bikini bij warm weer. Binnen wel te verstaan… Mijn hoofd zit echter bij tuin en laagbouw. Mijn ideaal nog altijd. En gelukkig heb ik dat ook kunnen realiseren. In het Leidse.

Plakkende ervaringen

Oh ja de campingvakanties. Daar was het in Portugal raak. Lange warme zomeravonden met een kaarsje en drankje voor de tent. Eindeloos rekkend voor we op het matje gingen liggen slapen. De zwoele zomergeuren. Allang niet meer met ons gezin, die niet hielden van kamperen, maar met mijn ex en jongste zusje. Wat een belevenis die vakantie. De plakkracht van het buitengebeuren.

Vandaar die verwachtingen. Met die plakkende ervaringen…

Muziekpijn

LET OP: Mei 2020 geschreven

Nu 9 maanden na mijn operatie heb ik nog bar weinig muziek geluisterd. Een echt gemis. De Corona-crisis heeft er nog eens extra bij me ingehakt en ik ben zeer bevattelijk voor prikkels. Ook televisie kijk ik weinig. Eega gedoemd achter zijn laptop met zijn oortjes in. Maar daar is hij nu helemaal aan gewend.

Voor die tijd wilde ik nog weleens – vaak eigenlijk – een half uurtje achter de computer boven in de werkkamer mijn favo muziek beluisteren. Hard. Een lijstje songs dat al jaren bijna hetzelfde blijft. De herhaling zo geruststellend.

Muziek

Gisteravond kwam het er eindelijk weer van: muziek luisteren. Zomaar plotsklaps had ik daar behoefte aan. Na 9 maanden. Het lijkt wel een zwangerschap en een hergeboorte. Van het ene lied na het andere. In mijn gealfabetiseerde lijstje heb ik een behoorlijke opbouw en de song moet bij mijn stemming van dat moment passen. Een feest der herkenning. Eindelijk weer in mijn gewone doen…

Het werd later en later. Eega stond boven komend verrast mee te karaoken op de voor hem ook overbekende liederen. Altijd weer verrassend die eega. In het verleden die songs heel wat keren gedraaid. Dat half uurtje voor het slapen gaan was altijd heilig.

Muziekpijn

Overmoedig en vol herkenning van betere tijden en nostalgie en toch weer sprankelend nieuw werd het nog later. Voorbij mijn normale slaaptijd.

Helaas toch weer te veel prikkels want ik kon de slaap niet vatten. Maar mijn nostalgie had ik binnen. Met als hoogtepunt Everybody Hurts van R.E.M. Gedeelde muziekpijn is halve pijn? Zo verbindend in ons menszijn…

Kerstkind

LET OP: April 2020 geschreven [Nu in de huidige bloedhitte, verfrissende sneeuw…]

We schrijven halverwege de 60-er jaren. Als gezin waren we net een jaar of twee verhuisd van Amsterdam naar de Achterhoek. Een hele grote omslag en omwenteling in ons dagelijks leven. Van 1-hoog op een flat, met de drukte van beneden-, zij- en bovenburen, naar een benedenhuis met echte eigen tuin. Je mocht hier zomaar in- en uitlopen door de achterdeur tijdens het buitenspelen als kind. Dat was vrijheid. Ik denk dat ik 11 was zo ongeveer. Hadden de Beatles al hun intree in míjn leven gemaakt? Of was dat de zomer erop volgend?

Ik neem je mee naar een magisch moment: Het werd kerst. Als gezin gingen we naar de nachtmis. Spannend voor het tweede jaar naar de kerk met de kerst. Ma bleef achter met de baby in huis om de broodtafel voor na de kerkgang voor te bereiden. Want ja je moest nuchter naar de kerk. Dat viel niet mee. Ze zou weer mooie krullen maken in de echte roomboter en de tafel heel mooi versieren, met kaarsen, broodjes, beleg en kerstservetjes. Met heel uitzonderlijk voor ons: de gordijnen open om ons straks warm welkom te heten. Met prominent de kerststal en grote kleurrijke kerstboom.

Nachtmis

De nachtmis was niet helemaal te volgen als kind, maar de gedragen vrolijke sfeer heel bijzonder. De levensgrote kerststal met het net geboren kerstkindje ontroerend. De knielplankjes koud en hard ondanks het kussentje dat je hiervoor mocht gebruiken. En van de bank kreeg je ook houten billen. Ik deed altijd mijn best af te zien. Knielend rustte ik knokig alleen op mijn knieën met mijn voeten in de lucht. Maar de honger, oh nee trek, zei mijn vader altijd, eiste ook zijn tol. Jullie kinderen kennen geen honger. Hij had de oorlog meegemaakt als jongere. Iets waar hij regelmatig over vertelde aan tafel, na heftig doch tactisch aandringen.

Terug naar de nachtmis. Het was een lange anderhalf uur, waarin ik mijn best deed op mijn manier de Latijnse gezangen mee te zingen. Daar hield ik van. Die mooie woorden. Vanuit mijn gebedenboekje kon ik meezingen. Geen idee wat ze betekenden. Dat ze plechtig waren begreep en voelde ik wel. Uiteindelijk… klonk de laatste bel en konden we naar buiten. Pa groette velen en die verbondenheid hadden we zelden in Amsterdam meegemaakt. Hij was er op zijn gemak. In de oorlog had hij hier ook tijdelijk gewoond.

Kerstkind

Door de hoge kleurrijke glas-in-lood-boogramen was alleen de nacht te zien! Dat had ik al wel beschouwd. Langzaam liep de kerk leeg. Waar we de verrassing van de eeuw meemaakten: het had gesneeuwd! Dikke pakken. Hoe magisch, hoe bijzonder om met zijn allen als gezin door de wonderschone witte wereld te waden! Je eigen voetstappen vers als was alles nieuw. Krakende sneeuw in de kerstnacht! Met dikke vlokken waaiend uit de wolken. Dit moest wel een teken zijn dat we hier in de Achterhoek goed waren terecht gekomen! In deze kerstnacht voelde ik me een met de natuur. Een met alles en iedereen. Een met dit vredige dorpje. Altijd weer verlangend naar een witte kerst.

Óp naar het nachtmaal in de warme versierde huiskamer! Óp naar onze eigen jongste baby! Voor nu even ons eigen levende kerstkind.